Interview

JZ foto Jonas

Johannette Zomer in 10 vragen     naar biografie

Ik ben zangeres geworden, omdat…..

In onze familie werd eigenlijk altijd muziek gemaakt, niet professioneel, maar puur om het plezier van het samen muziek maken. Zingen was voor mij van kinds af aan dus iets heel normaals en vanzelfsprekends.

Toch heb ik in eerste instantie voor een medische studie gekozen – biologie en scheikunde hadden altijd al mijn interesse -, en heb aansluitend 5 jaar als microbiologisch analiste op een laboratorium gewerkt. …… mijn zangtalent maakte wel dat ik daar als enige met de radio mocht meezingen!

Maar ik heb wel altijd in koren gezongen. En toen ik een keer tijdens een kerstconcert een solo mocht zingen, kwam een professionele zangeres naar me toe, ze raadde me met klem aan toch eens op conservatoria voor te zingen, om te onderzoeken waar mijn stem me kon brengen. Samen met haar heb ik me grondig voorbereid, vooral op muziektheoretisch gebied moest het nodige worden bijgespijkerd. Een paar maanden later werd ik op al de scholen waar ik voorzong toegelaten. Ik heb toen voor het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam gekozen, en bij Charles van Tassel mijn zangopleiding genoten.

Mijn muzikale ontwikkeling werd vooral gevoed door….

….mijn familie: mijn altijd met vriendinnen musicerende oudere zus, mijn orgelspelende moeder en mijn vader die in het kerkkoor zong. Mijn vader heeft een zeer krachtige maar warme en ronde stem, hij had zeker professioneel zanger kunnen worden, ware het niet dat de naoorlogse omstandigheden dat niet mogelijk maakten.

Mijn oudere zus heeft kerkmuziek gestudeerd en werkt tegenwoordig als organist en pianolerares in Noorwegen. Maar toch wilde ik niet direct in haar voetsporen treden en leerde daarom een ‘echt’ beroep.

Toen ik 8 jaar was begon ik met dwarsfluitles, en begon al snel in kleine ensembles of orkesten mee te spelen. Heb op die manier veel verschillende muziekstijlen leren kennen, maar merkte ook daar weer wat een plezier samen muziek maken geeft. Zo was muziek maken voor mij een pure hobby, een genoegen, nooit een plicht.

Charles van Tassel was niet alleen mijn zangleraar, maar misschien nog wel meer mijn coach, op velerlei gebied. Hij moedigde me ook altijd aan bij andere leraren op onderzoek uit te gaan, om andere methodes, andere technieken te leren kennen, en zo precies die weg te vinden, die voor mij het beste was. Later heb ik mij nog verder ontwikkeld in Amerika, Engeland en Duitsland, met pedagogen als Marlena Malas, Diane Forlano en Abbie Furmansky.

Mijn muzikale interesse…

….vooral – maar natuurlijk niet alleen maar – barokmuziek!
De muzikale taal van J.S. Bach was voor mij echt een ‘eye-opener’. Bij zijn muziek voelde ik me meteen thuis, ook al wist ik toen nog nauwelijks wat zingen was. Bach schrijft zo organisch, het voelde voor mij als het spreken van een vreemde taal, die ik onbewust al kende, mijn muzikale moedertaal zogezegd. Daarom is Bach voor mij ook zo intuïtief te zingen. Van daaruit ontdekte ik de vele facetten van de barokmuziek, de muzikale stijl die intussen toch wel als het zwaartepunt van mijn carrière kan worden betiteld.

Maar ik zing natuurlijk ook liederen of later repertoire, zoals bijvoorbeeld de solo uit Mahler’s 4e Symphonie: het is een speciaal gevoel je door zo’n groots orkest gedragen te weten, en met je eigen stem daar onderdeel van te worden.
Alles bij elkaar genomen ontdek ik telkens weer, dat vooral muziek waarin tekst en tekstbehandeling op de voorgrond staat mij aanspreekt.

Natuurlijk hou ik ook van opera. Als alles klopt is het een van de mooiste muziekvormen die er bestaat, zingend bewegen en acteren is een bevrijdende ervaring! Geen andere vorm is zo veelzijdig en zo ambivalent. Wanneer de wanneer de solisten en de rest van het team in een mooie en harmonieuze regie samenkomen is dat een gelukzalige ervaring.

Maar een operaproductie kan ook extreem zwaar zijn: als het onderling niet goed klikt kan het een zeer eenzaam proces zijn, en is het moeilijk de juiste modus operandi te vinden: Opera is een van de mooiste, meest voldoening gevende maar ook een van de veeleisendste kunstvormen voor ons zangers!

Op het toneel ontdek ik…..

….mijzelf steeds weer opnieuw!
Onze belangrijkste taak is het publiek d.m.v. mijn eigen interpretatie en uitstraling te bereiken, te overtuigen, te boeien. Dat verschaft me nog steeds ongelofelijk veel plezier en gebeurt eigenlijk voornamelijk intuïtief. Op het moment dat ‘Zangeres Johannette’ het podium betreedt, wordt alle nervositeit en opwinding in positieve energie en expressie omgezet. De ‘privé Johannette’ zou ik meer als introvert en terughoudend omschrijven.

Dit fenomeen werd mij al op mijn allereerste en natuurlijk zeer spannende voorzangavond op het conservatorium duidelijk. Ook al was ik zo nerveus dat ik überhaupt niet tot zingen in staat dacht te zijn, op de bühne leek ik soeverein, en voelde ik mij – ook tot mijn eigen verbazing- compleet in mijn element. Ook deze ervaring heeft er toe bijgedragen dat ik uiteindelijk toch voor een zangcarrière heb gekozen.

Het meest verheug ik me op…..

….het meer en meer ontwikkelen en uitdragen van mijn eigen projecten.
Het oprichten van mijn eigen ensemble ‘het Tulipa Consort’ in 2013 is zo’n stap, en heeft zich ondertussen al als een juiste beslissing bewezen.

Natuurlijk hoop ik zo lang mogelijk te kunnen zingen. Omdat ik relatief laat begonnen ben met dit vak, en meteen vanaf het begin zorgvuldig met mijn instrument ben omgegaan, ziet dat er gunstig uit. Met een ensemble als het Tulipa Consort, maar ook andere projecten of zelfs misschien met een eigen serie of festival, zie ik een kans mijn kunst, mijn overtuiging bij steeds meer mensen onder de aandacht te brengen. Ook het geven van masterclasses geeft daar mogelijkheden toe.

bij het lesgeven kan ik….

… jonge zangers in mijn eigen ervaringen laten delen, maar ook mijn stijl van zingen onderwijzen, en mijn opvattingen voor zingen en muziek in het algemeen.
Zingen is voor mij iets instinctiefs, en heeft, net als spreken, iets vanzelfsprekends. Zaken als techniek, of ‘het zitten van de stem’ lijken minder belangrijk.

In mijn lespraktijk ga ik uit van het spreken en de spraak. Ik probeer deze natuurlijke manier van zingen over te dragen door een vanzelfsprekendheid in het ademen en fraseren na te streven, en het intellect daar zoveel mogelijk bij uit te schakelen. En daarmee zijn we weer bij de barokmuziek en bij Bach. Door mijn expressie, mijn kleuren en fraseringen letterlijk vanuit de tekst en Bach’s muzikale vertaling daarvan te laten ontstaan, ontstaat er een vrijheid in het gebruik van de stem die als vanzelf antwoord geeft op bepaalde technische en muzikale vragen, en dan niet alleen bij het zingen van Bach, maar ook voor het zingen in het algemeen. Geheel nieuwe expressiemiddelen kunnen worden ontwikkeld, je kan op een nieuwe manier met de stem omgaan, op een gegeven moment merk je dat oude vertrouwde muziekstukken weer als nieuw gaan klinken, alsof je ze voor de allereerste keer hoort of zingt!

Carrière betekent voor mij….

…ondertussen iets heel anders dan aan het begin van mijn zangloopbaan.
Aan het begin van de carrière is het ’t hoogste doel voor elke zanger met zoveel mogelijk dirigenten en orkesten op zoveel mogelijk, het liefst internationale podia in zo’n breed mogelijk repertoire op te treden. Het gevaar daarvan is de eigen muzikale authenticiteit uit het oog (en oor) te verliezen), en zichzelf erbij kwijt te raken.

Hoe langer ik in dit beroep werk, hoe belangrijker ik het ga vinden me op mijn eigen individuele ‘muzikale moedertaal’ te concentreren, en daar goed zorg voor te dragen. Ik beschouw mezelf vooral als (nederige) intermediair tussen componist en de toehoorder. Het gaat niet over mij, het gaat over de muziek.

Op deze manier betekent carrière voor mij ook het me meer en meer beperken tot en het opsporen van repertoire waarmee ik mijn artistieke doel het best kan bereiken.

Naast de muziek zijn belangrijk voor mij….

…. wandelen, fietsen, bergen, Waddeneilanden, een zijn met de natuur.
We zijn daarom een paar jaar geleden naar het Oosten van Nederland verhuisd naar een prachtig Hanzestadje. Hier zijn we omgeven door natuur, voelen de vrijheid en vrijgevigheid van die natuur. Het geeft ruimte tot zelfontplooiing, ideeën en gedachtes kunnen we de vrije loop laten – zelfs als je niet dagelijks tijd hebt een wandeling te maken….

Het huidige culturele klimaat zie ik….

…. toch voornamelijk positief!
in het begin was het verontrustend, leek de algemene crisis en de daaropvolgende bezuinigingen de bestaande structuren in de culturele wereld zodanig te verstoren, dat alles instortte. Maar nu doen zich, juist ook daardoor, nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden voor. Het is helemaal niet zo erg om de traditionele structuren eens kritisch te bekijken, de goede kanten ervan te behouden, en de mindere los te laten. Dit proces biedt nieuwe perspectieven en is in zekere zin misschien ook wel een bevrijding.

Ook de reactie en houding van het publiek lijkt sinds het begin van ‘de crisis’ veranderd. Het publiek neemt bewuster waar dat het culturele aanbod en de veelzijdigheid daarvan niet meer zo vanzelfsprekend is als een paar jaar geleden. Ook lijkt het alsof de mensen tijdens de concerten aandachtiger luisteren, de muziek als een spons in zich op zuigen. Het kan komen doordat mensen in deze toch moeilijker tijden meer erkennen wat muziek voor de samenleving in het algemeen betekent, maar ook voor hen persoonlijk.
Mede daarom voel ik een toenemende verantwoordelijkheid ‘echt’ en authentiek in het eigen muzikale scheppen te zijn, steeds trouw aan de muziek te blijven.

Mijn wensen voor de toekomst zijn…

…. dat de cultuur weer de erkenning krijgt die ze verdient en dat haar betekenis voor de samenleving weer op waarde wordt geschat . De kortingen op subsidies en dergelijke hebben overal hun sporen achtergelaten
De positieve invloeden van muziek op de ontwikkeling van het kind maar ook op de samenleving in het algemeen zijn inmiddels voldoende onderzocht en bekend. Muziek heeft een stimulerende invloed op de intelligentie en de sociale ontwikkeling van kinderen en jongeren en een rustgevende werking in allerlei situaties.
Ik hoop op sterke pleitbezorgers, die deze boodschap tegen de stroom in ononderbroken blijven uitdragen, en dat wij daar als artiesten door/met onze kunst een steentje aan mogen bij dragen.

Interview door Monika Treutwein, maart 2015

Darf ich vorstellen – Johannette Zomer (Interview in het Duits)